| Mountainrunning | Historie | Ultra | Sky Running | Fellrunning |
|---|---|---|---|---|
Mountainrunning is de internationale term voor berglopen. Een hardloopvorm die zich grotendeels in de bergen afspeelt. Maar die ook in heuvelachtige gebieden beoefend kan worden. Het grote verschil met een normale wegwedstrijd zit in de hoogtemeters. Er zijn twee soorten berglopen: bergop (uphill) en bergop/bergaf (uphill, downhill) lopen. Bij bergop wordt alleen geklommen en ligt de finish fors hoger dan de start. Bij bergop/bergaf komen er ook afdalingen voor in het parcours en kan de finish zelfs lager liggen als de start. |
||||
Bergop |
||||
Wedstrijden met voornamelijk klimmeters starten in een dal en finishen op een plateau of top van een berg. De meeste berglopen hebben qua afstand een lengte variërend tussen 8 en 21km. Naast deze 'normale' berglopen zijn er ook kortere en langere varianten. De kortere berglopen, noemen ze SPRINTS, waarbij de afstand maximaal 5km is. Hierbij moet meestal in korte tijd veel hoogte worden overwonnen, een spectaculair onderdeel. Deze sprints worden ook vaak als proloog bij etappelopen gebruikt. Zijn de sprints bij de meesten nog niet zo bekend, dat zijn de BERGMARATHONS en ULTRAS wel. Bergmarathons als de Jungfrau marathon, Graubünden marathon en de Zermatt Marathon zijn uitgegroeid tot topevenementen. De inschrijvingslimiet voor deze wedstrijden wordt vaak maanden voor de wedstrijd bereikt. | ||||
Bergaf |
||||
Deze variant van berglopen start vaak met een lange klim. De afdaling kan enorm varieren qua lengte. Als de start-en finishlocatie dezelfde is, dan is de afdaling vaak even lang. Als de finish niet op dezelfde locatie ligt, dan rijden er na de finish bussen naar de startlocatie. Voorbeelden van zulke, prachtige, klim-daalwedstrijden met afwijkende start-en finishlocaties zijn Sierre-Zinal, Thyon-Dixence (beide in Zwiterland) en de Oostenrijkse Montafon-Arlberg marathon. In de Ardennen en Zuid-Limburg worden dit soort wedstrijden vaak georganiseerd omdat je vaak maar 4 km kan klimmen. De Mescherbergloop in Eijsden is een mooi voorbeeld van veel klimmen en dalen binnen 14km. |
||||
Een veel voorkomende term bij berglopen is het stijgingspercentage. Dit geeft aan hoeveel hoogte je overbrugt binnen een bepaalde afstand. Als je in de eerste kilometer een percentage van 10% moet klimmen en je start op een hoogte van 500m, dan ben je na deze eerste kilometer op 600m hoogte. 10% wil dus nu zeggen 10% van 1000m: 100 hoogtemeter. Het is voor veel lopers een moeilijke term, maar na een paar berglopen zit het ingebakken in je bergloopkennis! Op de websites van de bergloopwedstrijden staan vaak de profielschetsen getoond van het parcours. Zodat je als deelnemerweet wat je te wachten staat. Vaak wordt er ook aangegeven welke ondergrond je op het parcours tegen zult komen: asfalt, bergpaden, gras of rotspaden. Zie als voorbeeld onderstaan profiel van de Drei-Zinnen lauf in Zuid-Tirol (17,5 km en 1.350 hoogtemeters). |
||||
![]() |
||||